vorige paginavolgende pagina

 

Niemand kent het nut van het nutteloze

 

 

Elk huis mij vreemd, leeg elke kerk.
Ik heb geen voorkeur en geen oordeel.
Maar als er langs de weg een berk staat, of een lijsterbes bijvoorbeeld...

Marina Tsvetajeva

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

Wu Wei, niets doen in de betekenis van niet-forceren, van leven in harmonie met Tao. Van die instelling getuigen de oude man in het kolkende water, de kok Ding en de boer die het verlies van zijn paard licht opneemt. Voor taoïsten als Lao Zi en Zhuang Zi is dit de ideale levenshouding, omdat ze aansluit bij hun kijk op de werkelijkheid. Kern daarvan is de fundamentele eenheid van tegenstellingen die ervoor zorgt dat elke situatie zich ontwikkelt naar een uiterste en dan omslaat in het tegengestelde. De beide filosofen beschrijven dit inzicht niet in allesomvattende wijsgerige verhandelingen, maar met raadgevingen en anekdoten.

Wereldvreemd
Met hun uitspraken verzetten de taoïsten zich tegen de geest van de tijd, die werd gedomineerd door het confucianisme en zijn rigide maatschappelijke verhoudingen. In hun tijd- en 'wereldvreemde' visie zijn de dingen die men over het algemeen belangrijk vindt, ineens niet belangrijker dan de onbelangrijke dingen, en omgekeerd. In zijn geschriften slaat Zhuang Zi dieren en bomen even hoog aan als mensen. Bij mensen heeft hij niet minder respect voor kreupelen en gekken dan voor koningen en wijzen. Voor de dood heeft hij evenveel achting als voor het leven.

Iedereen kent het nut van het nuttige,
maar niemand kent het nut van het nutteloze.

Nutteloos en nuttig. Onbelangrijk en belangrijk. Laag en hoog. Ze horen allemaal bij elkaar. Ze bestaan niet zonder elkaar en doen daarom ook niet onder voor elkaar. Maar, als dat zo is, vervalt dan ook niet al het onderscheid? Is het dan nog mogelijk het nutteloze te onderscheiden van het nuttige, het onbelangrijke van het belangrijke? Zo'n visie leidt onvermijdelijk tot grote scepsis ten aanzien van meningen, voorkeuren en oordelen en tot een sterk bewustzijn van de ontoereikendheid van woorden.

‘Dit’ is ook ‘dat’. ‘Dat’ is ook ‘dit’. Het diepste wezen van Tao bestaat hierin dat ‘dit’ en ‘dat’ niet langer tegenstellingen zijn. Dit wezen is het centrum, als het ware de as van een wiel, waarvan de omtrek reageert op de eindeloze veranderingen.

Steriele discussies
Hoewel hijzelf niet schroomt zich te bedienen van woorden en logica, ziet Zhuang Zi heel scherp de beperkingen van deze instrumenten. Wanneer ze worden gebruikt om de werkelijkheid te analyseren, leidt dat volgens hem tot steriele discussies over wat wel en niet juist is, terwijl het werkelijkheidssprincipe daar ver bovenuit stijgt. Vanuit die visie gebruikt Zhuang Zi zijn verstand en logica eerder om grote waarheden te ontzenuwen dan ze te ontdekken. Dat laatste is immers onbegonnen werk. Er zijn dingen, zo redeneert hij, die we kunnen weten omdat we ze kunnen bewijzen. Maar er zijn ook veel dingen die we weten zonder dat we ze kunnen bewijzen. Net zo goed als er heel veel dingen zijn die we niet weten en ook nooit zullen weten, en die zonder meer belangrijker zijn dan de dingen die we wel weten.

Wat weet ik?
Wat weet ik? Ziehier een van de centrale vragen die Zhuang Zi zich stelt. De grenzen aftasten van ons weten, dat heeft hij tot kunst verheven. Daarbij verkent hij ook voortdurend de verschillende staten van ons bewustzijn. Naast het weten is er het niet-weten. Naast het bewuste het onbewuste. Naast de werkelijkheid de droom.
Met de anekdotes en metaforen die hij gebruikt, wil Zhuang Zi aantonen dat we het werkelijkheidsprincipe nooit kunnen bevatten. Ook niet met de ratio. We kunnen het slechts benaderen door af te stappen van onze vooropgezette meningen en vaste overtuigingen. Door af te gaan op onze zintuigen, ons gevoel en onze intuïtie. Door te leven, één met alles en als deel van de eindeloze verandering der dingen.

 

 
naar boven


Uit alles één. Uit één alles.