Mens, paard of rund

 

 

De mens volgt
de aarde na.

De aarde volgt
de hemel na.

De hemel volgt
Tao na.

En Tao volgt
na wat natuurlijk is.

Lao Zi

 

 

 

Volgens de vroeg-Chinese overlevering was Lao Zi een oudere tijdgenoot van Confucius (6e eeuw v. Chr.). Hij werkte als archivaris aan het hof van de staat Chou. Of Lao Zi werkelijk een man van vlees en bloed is geweest, valt te betwijfelen. Hij was waarschijnlijk een legendarische figuur aan wie taoïsten uit een latere periode uitspraken met een taoïstische strekking hebben toegeschreven. Chinese historici zijn het erover eens dat het taoïstisch gedachtegoed zich weliswaar vanaf cira 600 v. Chr. heeft ontwikkeld, maar dat de Tao-Te-Tjing niet eerder kan zijn ontstaan dan in de vierde euw voor Christus.

Zhuang Zi leefde in diezelfde vierde eeuw, van 370 - 290 v. Chr. Daarmee is hij een jongere tijdgenoot van Plato. Hij werd geboren in Tao, een stad waarin de kunsten en wetenschappen tot grote bloei kwamen, en die daarom wel is vergeleken met het vroege Athene. In tegenstelling tot de meeste filosofen uit zijn tijd, was Zhuang Zi geen ambtenaar en niet van adelijke afkomst, maar een man uit het volk. Hij werkte waarschijnlijk als klerk in een laktuin waar van het hars van lakbomen luxe artikelen werden gemaakt.

Eenentachtig kralen
De geschriften van Lao Zi en Zhuang Zi bevatten geen afgerond wereldbeeld, geen sluitende analyse of logische argumentatie. Lao Zi's Tao-Te-Tjing bestaat uit poëtisch geformuleerde, bondige, op zichzelf staande beweringen in de vorm van paradoxen en aforismen. Hun oorsprong ligt in mondeling overgedragen wijsheden die op zeker moment bijeen zijn gebracht en als kralen aaneengeregen. Elke losse kraal is in de loop van de tijd door talloze vertellers rond geslepen. Alle eenentachtig kralen bij elkaar vormen een ketting die een samenhangende visie presenteert. Een visie op de werkelijkheid de ideale levenshouding die daaruit voortvloeit.

Het boek dat Zhuang Zi's naam draagt, is niet door één auteur geschreven. De Zhuang Zi vormt een verzameling van overgeleverde teksten, waarvan alleen het kerndeel, de Innerlijke Geschriften, direct van Zhuang Zi zelf afkomstig zijn. Sommige hoofdstukken hebben de vorm van simpele, vaak humoristische vertellingen. Ze gaan over gewone mensen (boeren, slagers, timmerlui) of over buitenbeentjes (gekken, kreupelen en misdadigers). Bijna altijd blijkt zo'n verhaaltje een dubbele bodem te bevatten die iets zegt over de condition humaine. Andere hoofdstukken hebben de vorm van filosofische handelingen en mystieke gedichten. Centraal daarin staan vaak de 'eenheid van tegendelen' en de 'eindeloze veranderingen der dingen' .  

De fasant loopt tien passen
Zhuang Zi had een zeer ontwikkelde en oneigentijdse geest. Dat maakte hem tot vrijdenker, dwarsligger en scepticus die voortdurend de draak stak met de starre confucianistische rangen- en standenmaatschappij. Voor hem en zijn geestverwanten doet het er niet toe wie je bent of welke maatschappelijke positie je bekleedt. Zhuang Zi zegt dat je hem mag noemen hoe je wilt, mens, paard of rund. Maatschappelijke ambities koesterde hij niet. Aanbiedingen om zich als adviseur aan de vorst te verhuren, sloeg hij minzaam af. Zo'n beetje het ergste wat hem kon overkomen was zijn onafhankelijkheid verliezen en als een stier voor de slacht te worden vetgemest of als een fazant te worden opgesloten.

De fazant in de wildernis loopt tien passen om iets te kunnen pikken en honderd passen om te kunnen drinken. Toch vraagt hij niet in een kooi gestopt en gevoed te worden.

 


 
naar boven