Grote pret

 

 

Wij zijn gemaakt met onverschillig aandachtig geduldig gereedschap, hetzelfde dat ons weer afbreekt.

Rudger Kopland

Hij heeft zijn zinnen op het geluk gezet
en op de waarheid,
en de eeuwigheid,
kijk hem eens!

Hij kan nauwlijks dromen van waken onderscheiden
heeft nauwelijks gesnapt dat hij het is,
heeft net met zijn uit een vin geboren hand
tondeldoos, raket gesneden,
is gemakkelijk te verdrinken in een lepel oceaan,
niet eens zo leuk dat de leegte om hem lachen kan,
ziet alleen met zijn ogen,
hoort alleen met zijn oren,
zijn taalrecord is de voorwaardelijke wijs,
hij vit met zijn verstand op zijn verstand,
is kortom bijna niemand -
maar hij denkt alleen aan vrijheid, aan alwetendheid,
en aan bestaan buiten het dwaze vlees,
kijk hem eens!

Want hij lijkt er tenslotte echt te zijn,
is werkelijk opgekomen
onder een of andere provinciale ster.
Op zijn manier vitaal en heel beweeglijk.
Voor een ontaarde afgeleide van kristal
al tamelijk serieus verwonderd.
Ondanks zijn moeilijke jeugd temidden van de kudde
al behoorlijk individueel.
Kijk hem eens!

Laat hij alsjeblieft zo doorgaan, in elk geval een ogenblik,
al duurt het maar een korte melkwegflits!
Laat dan eindelijk in grote lijnen duidelijk worden,
waartoe hij zich ontwikkelt, nu hij eenmaal is.
En fel is.
Heel fel zelfs, dat moet gezegd.
Met dat ringetje door zijn neus, in die toga, die trui.
Het blijft niettemin grote pret met hem.
De arme bliksem.
Ware mens.

Wislawa Szymborska (vert. Gerard Rasch)

 

 
naar boven