Het is zo gegaan dat ik hier ben
en kijk

Over de poŽtica van Wislawa Szymborska

 

 

Hij heeft zijn zinnen op het geluk gezet en op de waarheid en de eeuwigheid, kijk hem eens!

Szymborska

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur

"Het is zo gegaan dat ik hier ben en kijk." Een simpele zin. De onopvallende eerste regel van een strofe in een gedicht dat nog acht andere strofen telt met veel opvallender regels. Een zin die je gemakkelijk over het hoofd ziet, maar die overloopt van betekenis. Een zin als een manifest dat tegelijk een compleet wereldbeeld en een heel oeuvre samenvat. Hij komt uit een gedicht van Wislawa Szymborska. In dat gedicht zit de dichteres aan de oever van een rivier. Ze kijkt om zich heen en beseft dat haar aanwezigheid op die plek een schakel is in een lange keten van gebeurtenissen. Ze is ergens vandaan gekomen en daarvoor op nog vele andere plekken geweest. Ook de boom waaronder zij zit, heeft een lange voorgeschiedenis, net als de rivier en de wolken in lucht. Szymborska is ervan doordrongen dat alle verschijnselen nauw samenhangen met hun omgeving en voorgeschiedenis. 'Zelfs een vluchtig ogenblik heeft een rijk verleden.'

Onverwacht perspectief
Kijken en verslag doen vanuit een sterk besef van samenhang. Ongewone invalshoeken kiezen en daarmee alles in een verrassend daglicht plaatsen. Dat is de Poolse dichteres Wislawa Szymborska ten voeten uit. Zo behandelt ze met luchtigheid en zonder pathos de eeuwige thema's die ons ongewild voortdurend bespringen - de mens, het leven en de dood. Meestal mijdt ze de directe verwijzing naar deze grote woorden en vertelt ze haar verhaal via de kleine, concrete dingen die ons omringen - een steen, een waterdruppel of een ui. Daardoor klinken haar woorden altijd nuchter en eenvoudig, zonder de zweverigheid of ongerijmde speculaties waartoe deze onderwerpen vaak inspireren. Ze beschrijft een ui in al zijn simpelheid en schoonheid en doet ons zo des te meer beseffen hoe gecompliceerd en kwetsbaar wij zelf zijn. Een ui 'is wat anders'. Wat hij van buiten is, is hij ook van binnen. In een ui, huist een ui, terwijl ons vel een samenraapsel van organen omhult en een optelsom van gevoelens en gedachten. De ui is door zijn consistentheid een perfecte schepping. In de ene ui zit gewoon een andere en dat maakt hem tot 'een fuga, inwaarts wervelend, een echo gebundeld tot een koor'.

Overgangsvorm
Een ui, een waterdruppel of een steen. Of een vogel of een hond. Met de taoÔst Zhuang Zi heeft Szymborska gemeen dat ze andere organismen even hoog acht als de mens, althans geen reden ziet om de mens op een hoger plan te zetten. Keer op keer wijst zij op onze wortels in de evolutie en daarmee op onze verwantschap met andere schepsels. In zekere zin, zo stelt ze, hebben we in de loop van dat evolutieproces niet alleen veel gewonnen, maar zijn we ook veel kwijtgeraakt. Juist door het verwerven van bewustzijn is de mens het verst verwijderd van de oorspronkelijke natuur. En onze menselijke huls is vanuit kosmisch perspectief ook maar een overgangsvorm.

Ik weet niet eens precies, waar ik mijn klauwen achterliet,
wie rondloopt in mijn pels, wie woont in mijn schelp.
Mijn familie stierf uit, toen ik aan land ben gekropen
en alleen een klein beentje in mij kent de verjaardag.
Vaak sprong ik uit mijn vel, verspeelde wervels en poten,
raakte mijn verstand kwijt vele, vele malen.
Vroeger sloot ik voor dit alles mijn derde oog,
wuifde het weg met mijn vinnen, schudde mijn takken.

Voorbij, verdwenen, weggeblazen naar de vier windstreken.
Ik ben verbaasd over mezelf, hoe weinig van me overbleef:
een uniek persoon, voorlopig van de menselijke soort,
die gisteren op de tram gewoon een regenscherm verloor.

Verbaasd is zij over de plaats die de mens inneemt op dit station van de evolutiereis met ongewisse bestemming. Verbaasd ook over haar eigen bestaan als individu. Nu en niet honderd jaar geleden. Hier en niet honderd kilometer verder. Met een gezicht, geen blad. Met een huid, geen schaal. En waarom in ťťn persoon, in deze Wislawa Szymborska, geen ander? En waaraan dankt die persoon het feit dat zij nog steeds bestaat? Door toeval, in zekere zin. Doordat het zo is gegaan. Omdat het ongeluk dat moest gebeuren, een ander gebeurde. En waarom die ander? Omdat het eerder gebeurde? Later? Dichterbij? Verder weg? Omdat het regende? De zon scheen? Omdat het juist haar gegund was net door die ene maas in het net te kruipen?
Allemaal vragen, vragen, vragen en geen antwoorden. Maar de manier waarop Szymborska die vragen stelt, maakt de antwoorden overbodig. Of liever, je neemt genoegen met de vragen, de antwoorden doen er niet meer toe. De vraag is bij nader zien het antwoord.

Grote pret
Centraal in Szymborska's gedichten staat het verschijnsel mens in al zijn vergankelijkheid. De mens, die als persoon en als individu heel even in de kosmos opflitst en verder is omgeven 'door era's van afwezigheid'. Die mens behandelt ze met tederheid en lichte spot, doordrongen als zij is van diens kwetsbaarheid en ijdele projecten. Hij is een beetje belachelijk, maar verdient ook mededogen. Szymborska's kijk op de mensheid geldt in gelijke mate de zogenaamd primitieve als de ontwikkelde mens, zowel voor de man 'met dat ringetje door de neus' als de man 'in die toga, die trui'. Het blijft grote pret met hem, zegt ze ironisch, met de arme bliksem, de ware mens.

Aanvaardende levenshouding
Over de wisselingen van het menselijk lot schrijft Szymborska met humor. Om de wreedheid waarmee het leven mooie dingen vernietigt, kan ze soms in woede ontsteken. De toon die overheerst, getuigt echter van een aanvaardende levenshouding. De mens is deel van een wrede maar prachtige kosmos waarin elk element onlosmakelijk verbonden is met het geheel. Alles is weliswaar vreselijk tijdelijk, maar ook schitterend gedetailleerd. Het is dus zaak om goed te kijken. Soms van grote afstand. In het gedicht 'Een versie van gebeurtenissen' laat zij ons vanuit een buitenaardse werkelijkheid als niet-mens de aardse mens bezien. Zou die niet-mens, als hij de keus had, zo'n aards bestaan hebben geambieerd, inclusief de dood? Misschien, maar dan alleen na lange aarzeling. Immers:

Van ter inzage overgelegde
individuele lotgevallen
verwierpen we het merendeel
met afgrijzen en verdriet.

Er rezen bijvoorbeeld kwesties als:
loont het om in weeŽn
een dood kind te baren
...

Fragmentarisch wereldbeeld
Szymborska's wereldbeeld is fragmentarisch. Ze onderzoekt delen van de werkelijkheid en doet geen poging een alles omvattende visie te ontwikkelen. Ze beschrijft de wereld aan de hand van de individuele verschijnselen. In hun onderlinge verband geven die verschijnselen een vermoeden van de werkelijkheid, zoals een verzameling scherven een indruk geeft van de oorspronkelijke fles. Trouwens zouden we de werkelijkheid ook echt volledig willen doorgronden? Stel, zegt ze, dat er een eiland bestaat waar de boomtakken doorbuigen van de antwoorden op alle wereldvragen.Waar de wind alle twijfels verjaagt en de verblindend simpele boom van het 'Begrijpen' staat, bij de bron die 'Ah Dus Zo Zit Het' heet. Op zo'n eiland waar alles wordt opgehelderd, in zo'n Utopia, zegt ze, houdt geen mens het uit.

 

0-0-0

 

 
naar boven