Duurzaam gaat niet diep genoeg

 

 

 

Godzijdank dat ze de wolken niet kunnen omhakken.

Willem den Ouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

Literatuur

In het natuurfilosofische debat van de afgelopen decennia vormt deep ecology de richting met de meest uitgesproken en samenhangende visie op de relatie tussen mens en natuur. Het 'diepe' uit de naam van deze stroming duidt op het onderzoek naar onze dieper liggende intuïtieve vooronderstellingen. Dat wijst, zo stellen de pleitbezorgers van deep ecology, op een wezenlijke verbondenheid van de mens met alle andere levensvormen. Deze aanname staat haaks op het dominante denken in onze cultuur. Die benadert de natuur als object waar wij buiten staan en dat wij naar eigen inzicht kunnen exploiteren. Deep ecology pleit dan ook voor een omkering van waarden, voor een wereldbeeld waarin alle organische en anorganische entiteiten - van mens en dier tot plant en berg - knopen zijn in een netwerk van samenhangende intrinsieke relaties. De mens staat daar niet buiten of boven, maar neemt er deel aan, vormt een onderdeel van het permanente proces van ontstaan en vergaan dat de natuur is. Dit inzicht heeft consequenties voor het praktisch handelen.

Shallow ecology
Roofvogels, beren, rivieren en bergen zijn niet louter rekwisieten in een decor waartegen het leven van ons, mensen, zich afspeelt. De 'wilde natuur' vormt de bron en referentie van ons hele bestaan. Met dit standpunt onderscheidt deep ecology zich ook van wat Arne Naess betitelt als shallow ecology. Deze 'oppervlakkige' vorm van milieudenken stelt milieubescherming eenzijdig in dienst van de mens. Ze wil aan milieuvervuiling en uitputting van hulpbronnen paal en perk stellen om de gezondheid en de welvaart van ons en van toekomstige genereraties niet in gevaar te brengen. En de diversiteit van plant- en diersoorten moet zoveel mogelijk in stand blijven om waardevolle gewassen en grondstoffen te behouden voor de landbouw en de farmaceutische industrie. Shallow ecology stelt dat het milieubeleid economische groei niet in de weg hoeft te staan. Groei zou zelfs nodig zijn voor de ontwikkeling van technologische middelen die de aantasting van het milieu verminderen.

Shallow ecology vormt het fundament van de invloedrijke studie 'Our common future' dat de Wereld Commissie voor Milieu en Ontwikkeling van de VN in 1987 uitbracht. Deze studie staat bekend als het 'Brundtland- rapport', genoemd naar de commissievoorzitter, de toenmalig Noorse premier Gro Harlem Brundtland. Kernbegrip is duurzame ontwikkeling: "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien". De mens van nu en later staat centraal. Plant, dier en ecosysteem zijn dienstbaar aan zijn welzijn. Het 318 pagina's tellende rapport doet het morele en ethische aspect van onze menselijke verhouding tot niet-menselijk organismen af in één zin zonder verdere toelichting. En die zin volgt op een opmerking over de economische waarde van diersoorten die in het wild leven. Op pagina 29 (paragraaf 53) staat het zo: "Diversiteit van soorten is noodzakelijk voor het normaal functioneren van ecosystemen en de biosfeer als geheel. Het genetisch materiaal van wilde diersoorten levert een jaarlijkse bijdrage van miljarden dollars aan de wereldeconomie in de vorm van verbeterde gewassen, nieuwe medicijnen en grondstoffen voor de industrie. Afgezien van dit nuttigheidsaspect zijn er ook morele, ethische, culturele, esthetische en zuiver wetenschappelijke argumenten om wilde soorten te behouden."

De illusie van de technologische 'fix'
Deep ecology zet zich niet af tegen duurzame ontwikkeling. In tegendeel. Ze erkent de harde noodzaak van maatregelen die een rem zetten op vervuiling, verwoestijning en opwarming van de aarde. 'Brundtland' en daaropvolgende rapporten van de VN hebben overheden en grote ondernemingen geïnspireerd of moreel gedwongen hun beleid en activiteiten enigszins aan te passen. Maar de aanhangers van deep ecology stellen dat de grootschalige vernietiging van ecosystemen niet tot staan wordt gebracht door technologische oplossingen gefinancierd uit economische groei. Hopen op een technologische 'fix' is een reflex die steeds weer de kop opsteekt. En het is tegelijk een illusie. Oplossingen met technische middelen verschuiven de problemen en zorgen ervoor dat we steeds afhankelijker worden van de techniek. Water-, wind- en zonne-energie, biobrandstoffen, kern- en waterstofcentrales, ze zijn niet meer dan symptoombestrijding, doekjes voor het bloeden die ons ervan weerhouden ingrijpender maatregelen te nemen. Bovendien is de remedie vaak erger dan de kwaal. Zo komt palmolie voor groene stroom van plantages in Indonesië waarvoor tropisch regenwoud wordt platgebrand. In Brazilië gaat de grootschalige teelt van bio-ethanol en koolzaadolie voor alternatieve autobrandstof ten koste van het regenwoud en van landbouwgronden, dus van de wereldvoedselvoorraad. Ook windenergie zet geen zoden aan de dijk. Een park van veertig turbines vermindert de jaarlijkse emissie van kooldioxide met een hoeveelheid die één passagiersvliegtuig uitstoot in minder dan een kwartaal. En nee, ook creatieve 'oplossingen' als het planten van bomen ter compensatie van de CO2-uitstoot bieden geen soelaas. Hoogstens ontlasten ze het geweten van de vliegreiziger en automobilist, maar niet het milieu.

Het milieuprobleem is geen 'gewoon probleem', geen bedrijfsongeval van de moderne samenleving waarvan de gevolgen achteraf zijn bij te sturen. Het probleem komt direct voort uit onze manier van denken en het daaruit voortvloeiende handelen. In deze fase van de aardse werkelijkheid past dan ook een drastische gedragswijziging gebaseerd op een radicaal ander wereldbeeld waarin niet alles draait om de mens, aldus de deep ecologist.


Van despoot tot mysticus

 

 
naar boven