Niemand die er over loopt

 



 

 

 

 

De dichter Basho trekt door een leeg landschap. Het is herfst, laat op de dag. Een gevoel van melancholie stijgt op uit de avondnevel.

Deze regels tonen hoe haiku een metafoor kan zijn zonder dat het gedicht zelf een metafoor gebruikt. Hier is geen sprake van een expliciete vergelijking. Aan de oppervlakte beschrijft de dichter slechts zijn eenzame tocht. Dit is het letterlijke aspect. Tegelijk klinkt onuitgesproken de existentiŽle waarheid door dat ieder mens alleen voortgaat op zijn levenspad. Een besef dat vooral opkomt in het naseizoen (letterlijk de herfst) en bij het vorderen de leeftijd (figuurlijk de herfst). De herfstavond is dus een seizoenwoord of kigo die in dit geval ook werkt als metafoor voor het ouder (en misschien wijzer) worden van de dichter. Een verschrikkelijk clichť, zou je zeggen, een open deur, net als zoveel andere haiku trouwens. Ja, inderdaad, als je deze regels leest als informatie. Nee, helemaal niet, als je de sfeer op je laat inwerken en voorbij de ratio laat resoneren met je eigen intuÔtie en ervaring.

Wat in deze haiku ook meeklinkt, is het begrip Tao (de Weg), de naam die taoÔsten geven aan het scheppende beginsel in de natuur. Sinds Lao Zi zijn Tao Te Ching (Het Boek van de Weg) schreef, staat de uitdrukking 'de Weg volgen' ook voor een leven van bezinning en meditatie.

 

 

 
naar boven