Wat samen met mij wordt geboren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik zing van het gras dat samen met mij wordt geboren
op dit vrije moment, de fermenten bezing ik
van kaas, van azijn, de geheime
bloei van de eerste uitzaai, ik bezing
het lied van de melk die, de uiers uit,
wit valt in wit,
ik bezing de groeisels van de veestal,
de verse mest van de grote koeien
met geur waaruit zwermen
blauwe vleugels opvliegen, ik spreek
zonder overgang van wat nu gaande is
met de hommel en zijn honing, met het korstmos
en zijn geluidloze ontkiemingen:
als ononderbroken tamtams
luidt het komen en gaan en komen,
de overdracht van leven aan leven
en ik raak geboren, geboren, geboren
met al wat geboren wordt, ik ben één
met het groeien, met het gedempte krioelen
van alles wat om mij heen
zich voortzet in opeengepakte vochten,
in meeldraden, in tijgers, in sappen.

Ik behoor toe aan de vruchtbaarheid
en ik zal groeien waar de levens groeien.
Ik ben jong met de deugd van het water,
ik ben traag met de traagheid van de tijd,
ik ben puur met de puurheid van de lucht,
duister met de wijn van de nacht
en onbeweeglijk blijf ik pas wanneer ik
zo mineraal ben dat ik zie noch hoor
en aan ontstaan en groeien
geen deel meer heb.
Toen ik het woud had uitverkoren
om van te leren hoe ik bestaan moet,
blad na blad,
heb ik nog meer lessen genomen,
en leerde wortel te zijn, diepe poel,
zwijgende aarde, glasheldere nacht
en langzaam meer en meer: het hele woud.

Pablo Neruda


 
naar boven