De natuur bestaat niet

 



 

 

 

 

Op een buitensporig duidelijke dag,
Zo'n dag waarop men zin heeft veel gewerkt te hebben
Om daarop juist niet te werken,
Zag ik een glimp, gelijk een weg tussen de bomen,
Van wat wellicht het Grote Geheim is,
Dat Grote Mysterie waarvan de onechte dichters spreken.

Ik zag dat er geen natuur is,
Dat natuur niet bestaat,
Dat er bergen zijn, valleien, vlakten,
Dat er bomen zijn, bloemen en grassen,
Dat er rivieren zijn en stenen

Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort,
Dat een ware en werkelijke samenhang
Een ziekte van ons denken is.

De natuur is delen zonder een geheel,
Dit is misschien dat zogenaamd mysterie waar ze over praten.

Dat was wat ik zonder denken of bij stilstaan
Inzag dat de waarheid zijn moest, de waarheid
Die iedereen uit vinden gaat zonder te vinden
En die ik alleen, omdat ik niet uit vinden ging, gevonden heb.


Alberto Caeiro/Fernando Pessoa

 

 

 
naar boven