Het mysterie en het ding

Het viervoudige van Martin Heidegger

 

 

Et quid amabo nisi quod aenigma est?

En wat anders zal ik liefhebben dan het raadsel?

Giorgio de Chirico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur

Aan de ene kant staat het ding.
Aan de andere kant staat het mysterie.
Meer van het ding en het mysterie weet ik niet.

Hoe in naam van wat dan ook,
Hoe kan ik er meer van weten?
En dit weten is een klein weten, voeg ik er aan toe,
Een klein idee hoogstens, klein
In zijn gevolgen voor de tijd.

Als aan de ene kant staat het ding
En aan de andere kant het mysterie,
Is de wereld duidelijk.

De straat is de straat waarin ik vrienden tegenkom,
De bloemen bloeien zoals zij moeten bloeien, met bloesems,
De wind waait wanneer zij wil,
En het gebrek aan meer weten
Dan dat aan de ene kant staat het ding
En aan de andere kant het mysterie
Is mij een onuitputtelijke bron van vreugde.

Arjen Duinker

Volgens Arjen Duinker zijn het ding en het mysterie twee zaken die niets met elkaar van doen hebben. Het mysterie, dat een plaats heeft in menige religie en filosofische stroming, staat mijlenver verwijderd van het ding, ofwel de tastbare werkelijkheid. De dichter geeft enkele voorbeelden van die werkelijkheid. Een straat met vrienden. Bloemen die bloeien met bloesems. Wind die naar eigen inzicht waait. Over vorm en inhoud van het mysterie zwijgt hij in alle talen. Eigenlijk laat het mysterie hem koud, zo lijkt het, maar het bestaan ervan ontkent hij niet. Integendeel. Het staat immers 'aan de andere kant'. Daar mag het van Duinker gerust blijven staan. Hij berust in het feit dat het mysterie nou eenmaal een mysterie en dus per definitie onkenbaar is. Hij weet alleen, zo zegt hij, dat het mysterie buiten de dingen staat. Met andere woorden: het mysterie is transcendent. Daarmee kiest hij partij in de discussie die al eeuwenlang woedt over de transcendentie dan wel immanentie van het mysterie. Wat buiten het bereik van ons denken ligt, krijgt in die discussie ofwel een plaats in een andere, hogere wereld (de transcendentie), ofwel in de wereld van de dingen waar wij middenin staan (de immanentie).

Dichterlijk spreken alle kunsten
Maar dat mysterie, wat is dat nou eigenlijk? Waarheen wijst het onuitroeibare vermoeden dat naast het kenbare ook nog iets bestaat dat we niet kennen? Iemand die zich als een terrier op deze vraag heeft geworpen is Martin Heidegger. Met de onkenbaarheid van het mysterie nam hij geen genoegen. En ook in een ander opzicht verschilt deze filosoof van de dichter Arjen Duinker: hij zoekt het mysterie in de dingen. Om precies te zijn in het 'Zijn' van de dingen. Heideggers werk is één grote zoektocht naar dit 'Zijn' dat buiten het bereik van ons denken ligt. Buiten het bereik van ons denken, dus per definitie niet met het denken, het verstand, te peilen. Maar waarmee dan wel? Met Dichtung, aldus Heidegger. Dat wil zeggen met het dichterlijk spreken. Daaronder verstaat hij niet alleen de poëzie, maar alle vormen van kunst. Alle kunst spreekt dichterlijk over het Zijn van de dingen, dat hij ook waarheid noemt. Kunst is daarmee 'het in-het-werk-stellen van de waarheid'. Poëzie doet dat, muziek doet dat, schilderkunst doet dat, architectuur doet dat. Als voorbeeld van de manier waarop kunst de waarheid in het werk stelt, verwijst hij naar de Griekse tempel. Die beeld niets af, imiteert niets. De tempel is zichzelf. Het is een ding dat uit de aarde oprijst en met dat oprijzen een hele wereld zichtbaar maakt: de wereld van de stervelingen die het hebben gebouwd, een wereld van onheil en zegen, noodlot en offer, leven en dood. Tegelijk toont het bouwwerk wat anders onopvallend zou opgaan in de anonimitiet van het landschap: de rots waarop het staat, de wijde hemel, het licht van de dag en de donker van de nacht. Het weerstaat de storm die eroverheen raast en toont zo de storm zelf in al zijn geweld. Het loodrecht oprijzen van de zuilen maakt de onzichtbare ruimte van de lucht zichtbaar. Ook aan de bomen, de planten en de vogels eromheen geeft het reliëf. Zo is de tempel een ding dat een hele wereld met zich meedraagt en in zich verzamelt. Aarde en wereld, natuur en cultuur, spannen hier samen en daarmee 'gebeurt' een waarheid. De tempel geeft de dingen hun gezicht en de mensen het zicht op zichzelf en is daarmee boodschapper van die waarheid.

Het viervoudige
Bij Heidegger is het mysterie duidelijk immanent. Het manifesteert zich in de wereld, in het ding: de tempel, het gedicht, het schilderij, het beeldhouwwerk, het muziekstuk. Als boodschappers van het mysterie vervullen deze dingen een 'goddelijke functie'. Het begrip goddelijk is één van de elementen die Heidegger gebruikt in een formule om de werking van kunstwerken te verhelderen: het 'viervoudige van aarde en hemel, de goddelijken en de stervelingen'. Alle vier deze elementen vormen samen, als viervoudige, de structuur van het Zijn. Ze onthullen het mysterie dat schuil gaat in de 'zijnden', zoals Heidegger de dingen inclusief de mensen noemt. Het woord aarde staat voor de natuurlijke werkelijkheid, voor Moeder Aarde in 'haar ondoorgrondelijke aanwezigheid, schenkend en nemend'. Zij is 'de dienend dragende, de bloeiend vrucht-barende, uitgestrekt in gesteente en wateren, ontluikend in gewas en gedierte'. De hemel is 'de welvende zonnebaan, de loop van de wassende en krimpende maan, het flikkeren van het gesternte, de jaargetijden en hun kentering, licht en schemering van de dag, duisternis en helderheid van de nacht, de mildheid en guurheid van het weer, het trekken van de wolken en de azuren diepte van het hemelruim'. De goddelijken zijn de boden die 'de groet overbrengen van het mysterie', van de waarheid van het zijnde. Ze zijn de concrete manifestatie van die waarheid. Stervelingen, zo noemt hij de mensen, omdat ze als enige soort zich bewust zijn van hun sterfelijkheid.

Dichterlijk spreekt de landweg
Het viervoudige, als mechaniek voor onthulling van het Zijn van de zijnden, is niet alleen werkzaam in kunstwerken. Ook gewone gebruiksvoorwerpen, natuurlijke verschijnselen of landschappen kunnen de waarheid in het werk stellen. Hoe het viervoudige actief is in natuur en landschap laat hij zien in 'De Landweg'. In die korte poëtische tekst schildert hij de omgeving van zijn geboortestad Messkirch. Centraal staat de weg die de stad uitvoert, de glooiende heuvels in, met al het leven dat zich daarop en daaromheen afspeelt. De alledaagse, steeds terugkerende taferelen in de afwisseling van de seizoenen doen hem concluderen dat het 'blijvende en het grootse' - het mysterie - schuilt in het 'eenvoudige en steeds hetzelfde'. Het onthult zich in de leeuwerik die op een zomerochtend boven de heuvel opstijgt. In de nevel die over de velden schuift. In de mensen die op en langs de landweg hun werk verrichten. Hier treedt het Zijn van de zijnden aan het licht. Het mysterie toont zich zonder dat het wordt verklaard. Heidegger noemt deze waarheid 'onverborgenheid' naar het Griekse woord aletheia dat de pre-socratici gebruikten om waarheid aan te duiden. Waarheid in de zin van onverborgenheid vergelijkt hij ook wel met het plotseling opdoemen van een open plek (Lichtung) in een donker bos. Dat in het licht treden van de waarheid gebeurt in steeds weer andere verschijningsvormen van 'het eenvoudige en steeds hetzelfde'. Ook in de straat waarin je vrienden tegenkomt. Ook in bloemen die bloeien zoals ze moeten bloeien, met bloesems. En ook in de wind die waait wanneer zij wil.

 

Na de geboorte van het prille licht

 

 
naar boven