Het eenvoudige behoedt het raadsel van het blijvende en het grootse

 

 

 

 

 

Dezelfde akkers en glooiende weiden begeleiden de landweg in elk jaargetijde met een steeds weer andere nabijheid. Of nu de Alpentoppen boven de bossen in de avondschemering wegzinken, of dat een leeuwerik op een zomerochtend opstijgt op het punt waar de landweg over een heuvelrug welft, of dat vanuit de streek met het geboortedorp van mijn moeder de oostenwind toe-ijlt, of dat een houthakker bij het invallen van de nacht zijn bundel sprokkelhout naar de haard sleept, of dat een wagen met oogst beladen huiswaarts in de voren van de landweg waggelt, of dat kinderen de eerste sleutelbloemen aan de rand van de weide plukken, of de nevel dagenlang zijn duisternis en last over de velden schuift - altijd en van alle kanten wordt de landweg omringd door het toespreken van het Zelfde: Het Eenvoudige behoedt het raadsel van het blijvende en het grootse.

Martin Heidegger, De Landweg (fragment); vertaling Jacob van Sluis

 

 
naar boven