Above his head he views the clear moon and the glory of the heavens

Maanlicht in proza en in poëzie

 








 

 



De Wordsworths hadden een fascinatie voor de maan en het licht dat dit hemellichaam over het landschap spreidt. Talloos zijn de verslagen van dit verschijnsel in de dagboeken van Dorothy en de gedichten van William. Dat begint al in de tijd toen broer en zus nog niet samen in het Lake District woonden, maar in Somerset, in het Zuid-Westen van Engeland. Daar noteert Dorothy: 

De hemel ging schuil achter één dicht wolkendek, wit beschenen door de maan, die - hoewel zij vaag zichtbaar was - niet zoveel licht uitstraalde dat ze de aarde met schaduwen bespikkelde. Plotseling leken de wolken uiteen te splijten, en stond zij daar middenin een zwart-blauw gewelf. Ze zweefde verder, gevolgd door talloze sterren, klein, en helder, en fel. Hun helderheid leek intens, (halve maan).

Alfoxden Journal, 25 januari 1798

William werkte deze maanscène om tot een gedicht dat hij de titel A Night-Piece gaf. Hieronder nogmaals de notie van Dorothy, maar dan in de oorspronkelijke Engelse versie, gevolgd door Williams gedicht met daarin de woorden gemarkeerd die met haar formulering overeenkomen.

The sky spread over with one continuous cloud, whitened by the light of the moon, which, though her dim shape was seen, did not throw forth so strong a light as to chequer the earth with shadows. At once the clouds seemed to cleave asunder, and left her in the centre of a black-blue vault. She sailed along, followed by multitudes of stars, small, and bright, and sharp. Their brightness seemed concentrated, (half-moon). 


                           A night-Piece

                                The sky is overspread
With a close veil of one continuous cloud
All whitened by the moon, that just appears,
A dim-seen orb, yet chequers not the ground
With any shadow - plant or tower or tree.
At last a pleasant instantaneous light
Startles the musing man whose eyes are bent
To earth. He looks around, the clouds are split
Asunder, and above his head he views
The clear moon and the glory of the heavens.
There in a black-blue vault she sails along
Followed by multitudes of stars, that small,
And bright, and sharp, along the gloomy vault
Drive as she drives: how fast they wheel away -
Yet vanish not! The wind is in the tree;
But they are silent, - still they roll along
Immeasurably distant, and the vault,
Built round by those white clouds, enormous clouds,
Still deepens its unfathomable depth.
At length the Vision closes; and the mind,
Not undisturbed by the delight it feels,
Which slowly settles into peaceful calm,
Is left to muse upon the solemn scene.

In de eerste dertien regels van dit gedicht volgt William Dorothy's formuleringen op de voet. Geen wonder, want de beelden van de (niet) 'met schaduwen bespikkelde aarde', de maan 'middenin een zwart-blauw gewelf', die 'zweeft, gevolgd door talloze sterren' vormen samen een staaltje van prachtig poëtisch proza. Maar echte poëzie wordt dit pas door de dichterlijke stijlmiddelen die William inzet en door de extra, filosofische dimensie die hij toevoegt.

Glorie van de hemelen
Wat het eerst opvalt is de versmaat: een vijfvoetige jambe, zoals Wordwsorth die in de meeste van zijn gedichten toepast. Daarnaast zet hij Dorothy's sailed along om in een bijzondere vorm van binnenrijm: roled along. Verder zijn er de alliteraties: a close veil of one continuous cloud, solemn scene en silent - still. En Wordswords verbeeldingskracht ontwaart niet alleen een zwart-blauw gewelf tussen de wolken met daarin de maan. Hij ziet ook wat hij, in quasi-bijbelse termen, omschrijft als de 'glorie van de hemelen'. Een typisch dichterlijke toevoeging aan de beschrijving van zijn zus is ook het contrast tussen het ruisen van de wind op aarde en het zwijgen van het onpeilbaar diepe firmament.

Een bijzonder veelvoudig effect treedt op in de regel die beschrijft hoe silent, - still de maan en sterren zijn. Midden tussen deze twee woorden gebeurt iets opvallends. Er valt een diepe stilte. Heel even komt het gedicht volledig tot stilstand. Tussen de woorden silent en still gaapt een gat dat de opening in het wolkendek lijkt te spiegelen. Op die manier maken deze twee alliterende bijna-synoniemen de nachtelijke maanbeschenen stilte nog eens extra diep voelbaar. Daarbij klinken in still nog twee andere betekenissen door, namelijk 'toch' en 'roerloos': de sterren staan daar stil en - voor het oog - roerloos, hoewel we weten dat zij, net als de maan oneindig ver weg langs de hemel 'zeilen'. Poëzie handelt graag in paradoxen. En alsof dit nog niet genoeg is, duikt still drie regels verder nogmaals op. Hier komt, naast de drie andere betekenissen die het woord inmiddels aankleven (stil, roerloos, toch), die van 'nog eens extra' bovenop. Het gewelf 'omgeven door deze witte wolken, enorme witte wolken verdiept in alle stilte nog eens extra de peilloze diepte'.

Andere maan
Eén woord laden met zoveel betekenissen die de kern raken van het hele gedicht: dat is poëzie. Maar hiermee is de gereedschapskist van de dichter niet uitgeput. In regel zeven voert hij een individu ten tonele dat, in gedachten verzonken (musing), opschrikt als het wolkendak openbreekt en plotseling een weldadig (pleasant) licht de aarde beschijnt. Het is in de geest van deze man dat een verbintenis ontstaat tussen de ruisende boom hier beneden en het stille uitspansel daar boven. De introductie van een denkend en handelend persoon helpt de lezer zich in het beschreven tafereel in te leven. We kijken allemaal wel eens omhoog naar de maan en omringende sterren. En wie niet van elk poëtisch gevoel gespeend is, krijgt daar dan soms 'verheven' gedachten bij. Misschien zelfs, als de dichter, een 'visioen' van eeuwigheid en oneindigheid. Wie Wordsworths Nachtstuk aandachtig gelezen heeft, ziet voortaan een andere maan aan de hemel staan.



 
naar boven
                       <<<